Monnickendam, 8 juni 2018 )*

 

In ieder mens zit één boek. In een schrijver zitten er zoveel als hij mentaal en fysiek aankan. Dichters sterven jong, schrijvers niet per se. Vanmiddag in mijn bootje naar de Ooster Ee gevaren, geankerd, gelezen, boterhammetjes gegeten, gelezen. Nu denk ik, weer thuis, 'waarom ga ik niet schrijven? Dat kan ik best'.

 

Een amateur schrijft gauw teveel, te saai, humorloos. Stuurt te snel zijn manuscript naar een kenner. Naar Maarten 't Hart, die dat niet wil. Naar al die andere beroemde schrijvers die dat niet willen. Hou het zelf, lees het weer, haal de helft eruit. Stop dat zelfcensuur alineaatje er weer in.

 

Mijn eigen regels, mijn 10 tot 15 geboden. Ik schud deze eerste versie zo uit mijn mouw:

 

1 Niets is eenvoudig.

2 Iedereen heeft gelijk, zijn eigen gelijk, dus:

3 Bij fictie: Ken je personages, verplaats je in je personages.

4 Bij non-fictie: Ken je personages, verplaats je in je personages.

5 Humor is onontbeerlijk.

6 Doe je research.

7 Laat de lezer zijn oordeel, oordeel niet zelf.

8 Onderschat de lezer niet, maar overschat haar ook niet.

9 Hoed je voor trends, voor mode, voor modieuze opinies.

10 Probeer te vergeten wat je omgeving ervan zou (kunnen) vinden.

11 Probeer te vergeten wat je ouders ervan zouden vinden.

12 Wees waar nodig bloemrijk, maak niet te lange maar ook niet alleen maar korte zinnen.

13

14

15

 

 

Het wordt dus alleen dat ene boek dat ik in mij heb. Voor mezelf. Niet therapeutisch, ik heb niets van mij af te schrijven. Hoewel een warhoofd, probeer ik ook pragmatisch te zijn. Het eerste concept dat opkomt als je maar één boek gaat schrijven is een autobiografische roman. Je stopt er al je avonturen en frustraties in en maakt ze unverfroren mooier omdat het nu eenmaal fictie is. Maar voor dat boek wil ik nog niet kiezen. Er is meer te doen, er moet een opdracht komen: 'Maak concepten voor: een roman, een biografie, een documentaire, een essay, een reisboek, een historische roman, geeft niet wat. Maak vier van die concepten.

Maak geen concept voor een: zelfhulp-boek, kookboek, dhz-boek, ik ga jou vertellen hoe het moet boek, ik ga uitleggen hoe het zit boek. Aan de slag dus.

 

)* Precies een jaar te laat. Mijn kunstenaarschap zou beginnen toen ik 70 werd. 't Is net oars.

Als het niet anders kan stel ik me tevreden met levenskunstenaar, wat ik ook nog niet ben.

 

 

Het versimpelen van ingewikkelde dingen om er in oneliners een mening over te kunnen geven: Iedereen doet het, bijna niemand kan het. Less is more en in de eenvoud toont zich de meester. Maar er zijn helaas zo weinig meesters. Ik zou willen dat ik er een was...

EbLog

19 juli 2016

Mijn laatste schrijfoefening

Meer dan een jaar geleden schreef ik mijn laatste EbLog bijdrage. Dat lijkt me het beste bewijs dat dit maar beter de laatste is. Ik kom er niet toe, ik kan het niet, maar vooral, ik wil het niet. Ik dacht dat ik de oefening in het schrijven aantrekkelijk zou gaan vinden, dat het verslavend zou zijn, maar blijkt niet zo te zijn. Dus vooruit, dan maar niet, ik heb nog wel wat anders te doen!

Ik moet nog veel filmen, me voor de lokale omroep inzetten (niet al te fanatiek), mijn huis opknappen, mijn eigen websites eh... zinvol maken?, onze boot restaureren, als freelance zzp-er klussen aannemen, het huishouden doen (of een werkster nemen?), me meer op schaatsen, fietsen en muziek storten. En dan moet ik nog Spaans leren, met mijn familie skypen, het gras maaien, sociale contacten onderhouden, de goten leegmaken... Dat noemen ze pensioen.

Tijd om een blog bij te houden heb ik nu echt even niet.

geplaatst op 9 juni 2015

Werkelijkheid 1

Wielrennen en verkeersbeperkende maatregelen gaan niet goed samen. Na de tourstart in Utrecht op 4 juli gaan er weer veel profrenners in Nederland op de grond liggen. Morgen meer.

geplaatst op 9 juni 2015

Evaluatie

Een blog zoals hieronder is voor mij niet te doen, dat blijkt. Ik moet iets anders verzinnen. Ik verzin.

Iedere week één kleine werkelijkheid zien en daarover schrijven, fantaseren. In de beperking toont zich de meester, maar een meester ben ik niet, nooit geweest, altijd zesjes. Soms een zeven, maar net genoeg vijven om niet te slagen. Dus: opnieuw! Blijven proberen, onderwerpen genoeg. Neem nou de Tour vanuit Utrecht. Een zekere werkelijkheid: veel valpartijen in de eerste ritten. Doe iets? Wat?

geplaatst op 25 maart 2015

Leed

Drie staatshoofden reizen af naar de Franse Alpen om hun respect te betuigen aan de nabestaanden van de slachtoffers van een vliegramp. Natuurlijk is het erg, maar waarom dit vlagvertoon? Op Lampedusa heb ik ze niet gezien. Syrië, Oekraïne, IS, de wereld staat in brand... Prioriteiten, proportionaliteit, de gekozen rangorde der dingen blijft een curieus fenomeen. Vrouwen doen Holleeder de das om, GermanWings, Matisse, Boer zoekt vrouw, Flip de Winter bij Assad, Jihadisten uit Den Haag. En oh ja, twee nieuwe crime fighters. Waar zullen we mee openen?

geplaatst op 24 maart 2015

Een klap voor je harses kan je krijgen

Er mensen zijn die liever een klap voor hun kanis krijgen dan dat ze worden beledigd of uitgescholden. Mijn eigen pijngrens ligt zo laag dat ik me dat niet kan voorstellen, maar ze bestaan. Aan die mensen moet ik denken als de discussie oplaait over wat je allemaal wel en niet in het openbaar kunt zeggen. Mijn sympathie en bewondering voor de grappen en opvattingen van Hans Teeuwen, Theo Maassen, Theo van Gogh en vele anderen wordt regelmatig doorkruist door mijn met de paplepel ingegoten fatsoen: je mag niet beledigen en zeker niet beledigen om het beledigen. Diezelfde ongemakkelijkheid komt bij me op als ik een filmpje zie waarin aan Quentin Tarantino wordt gevraagd waarom er zo veel keihard geweld in zijn films zit. Hij vindt de vraag en daarmee de interviewer te dom om er op in te gaan, maar ik wil zijn antwoord wel weten.
De ongeletterde slaat waar je wilt dat hij praat en wordt daarom beledigd. De intellectueel stelt vast dat domheid niet te bestrijden is en de hooligan kotst nog maar eens op de eeuwenoude beeldengroep in de fontein. Niets is eenvoudig.

geplaatst op 23 maart 2015

Wat? Waarom? En wat doe je er aan?

Een probleem benoemen is makkelijk: er zijn te veel bootvluchtelingen, er zijn te veel hondendrollen, er zijn te veel bezoekers in het Rijksmuseum, er zijn te veel Kalasjnikovs.

De analyse is al wat moeilijker: waarom zijn er teveel bootvluchtelingen, hondendrollen, bezoekers, Kalasjnikovs? Maar nu wordt het pas echt moeilijk: wat doen we ertegen? Als we het al niet met hondendrollen kunnen...

geplaatst op 9 februari 2015

Zwanen en de dood

Ooit was ik als de dood voor zwanen. Ze kunnen per slot met één klap je arm breken, vooral als ze net kleine zwaantjes hebben. Zwanen zijn als je er echt dichtbij bent ook ontzagwekkend groot, helemaal als je zelf heel klein bent. Mijn angst voor zwanen is weg sinds ik jaren geleden op weg naar mijn werk op een smal fietspad wekenlang om een nest met een broedende zwaan moest slalommen. Het nest lag half op het pad, maar de zwaan keek nauwelijks op of om als ik langskwam.

Ik zie veel zwanen als ik van Amsterdam naar huis rij, Broek in Waterland heeft niet zomaar een zwaan in zijn wapen. Maar het gaat altijd om levende zwanen. Ik heb in de 45 jaar die ik in Monnickendam woon maar één keer bewust een dode zwaan gezien. Vorig najaar had een stervende zwaan zijn einde gevonden langs de E10 tussen motel Katwoude en de afslag naar Purmerend. Het duurde best lang voor hij een beetje grauw en viezig begon te worden. En opeens wastie weg. Wie zou dat beest geruimd hebben? En waar gaan al die honderden andere zwanen dood? Wie vindt ze dan? Worden ze dan geruimd of blijven ze liggen tot ze weg zijn? Waarom weet ik dat niet? En dan heb ik niet nog niet eens over die duizenden ganzen die de weilanden kaalvreten en onderschijten.